Verkoop     │     Gastenboek     │          │     Partners     │     Doe Mee!     │     E-Mail  







Lichthokken

Index

Hoofdpagina
Vitaminen / Mineralen
Gevangen duiven
Kleurslagen duiven
Op bezoek bij
De Spijsvertering
Duiventermen
Tilduiven Foto's
Het kweken met tilduiven
Duivenziektes
Plattegrond Ypenburg
Alles over veren
Duivenmelker long
Jonge duiven 2008









Duiventermen:


* Aanroepen

Met een "Hu-geluid" je duivinnen aanroepen. Het geluid dat je maakt lijkt wel een beetje op het huilen/balken van een doffer.


* Afplakken

De pennen van één vleugel met plakband/tape vastplakken, zodat de duif niet of slechts een heel klein stukje kan vliegen. Wordt meestal gebruikt om een duif aan de omgeving te laten wennen.

* Afslaan

Gaan vliegen.

* Afstoppen

Met een werkduif proberen een overvliegende doffer op het dak te krijgen.

* Bijstrijker

Een duivin/doffer die bij een andere til gaat zitten, een doffer/duif het hof probeert te maken en dan naar huis gaat in de hoop dat de andere duif met haar/hem meekomt. Hoewel een echte bijstrijker bijna niet te vangen is wordt algemeen gezegd, dat een duif die bijstrijkt er ook in kan.

* Boel

Duiventil.

* Bonenpot

Een bak bestaande uit twee compartimenten één voor voer- en één voor water.

* Bovenlicht

Een klapraampje in de kiosk, dat meestal gelijk ligt aan de bovenkant van de ren.

* Bovenschuif

Een schuif in de bovenkant van de ren.

* Broodliefhebber

Een duivenhouder, die alleen duiven heeft om het vangen. Het lijkt wel of hij zijn brood met zijn vangst moet verdienen.

* Buitensluiter

Een doffer, meestal een die nauwelijks vliegt, buitenzetten met alle schuiven dicht en er zelf niet bij blijven.

* Buitenzitter

Een doffer buiten zetten en er zelf niet bij blijven.

* Akkenschijter

Een duif die weinig vliegt en zeer lang op het dak blijft zitten alvorens binnen te komen.

* De krammen uit de ren slaan

Een springer die heel hard kleppert in de ren en erg actief is.

* Donkerhokken

Hokken voor de doffers.

* Doodparen

Een stel lang bij elkaar laten en daarna één van beide laten vliegen. Is daardoor nogal duf en niet door anderen te vangen.

* Douwer

Met werkduiven andermans doffers proberen te vangen.

* Draaien

Al koerend ronddraaien van een doffer.

* Drijfren

Een ren die gelijk ligt aan het dak in plaats van de voorgeschreven halve meter van het dak af. Hierdoor wordt het vangen van een duif een koud kunstje, deze loopt niets vermoedend de ren binnen. Een eveneens niet toegestane variatie hierop is de hier boven genoemde halve meter te overbruggen met een schuine plank.

* Duif op de man

Een duivin die niet geïnteresseerd is in een doffer maar alleen reageert op haar baas.>

* Een duif meegeven

Een duivin in de lucht zetten bij een doffer.

* Een doffer erbij trekken

Een doffer uitlaten. Doordat de doffers in hokken met schuifjes zitten die door middel van touwtjes opengetrokken worden, wordt van opentrekken gesproken.

* Een stem als een klok

doffer die met zijn gekoer bijna alle duivinnen het hoofd op hol jaagt.

* Eén tussen de palen hebben

Er één gevangen hebben.

* Eierschijter

Een duivin, die het hele broedseizoen bijna elke veertien dagen eieren legt en dat vaak zonder dat zij contact met een doffer heeft gehad.

* Er aan trekken

Een doffer die zijn uiterste best doet een andere duif mee naar huis te nemen.

* Erin springen

Een duif die in een andere til naar binnen springt.

* Gaander

Een duif die ver en lang vliegt.

* Gaan liggen

Een duivin die de paringshouding aanneemt.

* Gearmd laten vliegen

Duiven als stel laten vliegen. Hiermee voorkom je dat een ander de kans krijgt deze duiven te vangen.

* Geschoven

Een duif gevangen.

* Goede vrienden vliegen

Een afspraak tussen twee duivenmelkers om geen duiven van elkaar te vangen.

* Grijpen/insnijden

Een doffer laat zich in de lucht als het ware vallen op een aan hem meegegeven duif.

* Hij heeft er één ingedouwd

Andermans duif achter een eigen duif vangen.

* Hij ligt in de spinazie

Hij houdt duiven in de tuin.

* Hij ligt op het grind

Hij ligt met een til op een plat grinddak.

* Hij ligt uit de nok

Hij ligt met een til uit de nok van een schuin pannendak.

* Hij/zij neemt elke duif/doffer aan

Hij/zij gaat voor elke duivin/doffer in het hok huilen/balken.

* Hokwerk

Een doffer, die zijn best doet om een duivin in zijn hok te krijgen en zich daarmee geregeld even in de ren laat zien om daarna weer direct zijn hok in te gaan.

* Huilen/balken

Een doffer, die in het hok gaat liggen roepen om daarmee een duivin in zijn hok te krijgen.

* Jongen laten scharrelen

Jonge duiven rond de til laten lopen om te wennen.

* Jongen ophokken

Jonge duiven die van jongs af aan in een koppel bij elkaar hebben gezeten in aparte hokken zetten.

* Kleurziek

Een duif die alleen reageert op een bepaalde kleur.

* Kwade vrienden vliegen

Het vangen van een andermans duiven. Hierbij hoeft men geen ruzie met elkaar te hebben, maar kan er gewoon onderling contact zijn.

* Laten aanlopen

Een duivin en doffer bij elkaar zetten en laten paren.

* Lichthokken

In principe hokken voor de duivinnen.

* Loskomen

Een stramme duif, die steeds verder gaat vliegen.

* Lucht op plat

Een duif die zonder het dak aan te raken vanuit de lucht in een keer op het plat van de til landt.

* Misgeschoven

Een duif van een ander die al in de ren zit, schrikt van het bewegen van de schuif en vliegt er weer uit.

* Nepschuifje

Een schuifje van ijzerdraad, dat voor het schuifje van een donkerhok is geplaatst, zodat de doffer van dat hok wel gezien kan worden, maar er niet uit kan.

* Op de staart hangen

Een duif die in de lucht zeer fanatiek achter een andere duif vliegt.

* Op een zaadje lopen

Een duivin, zodanig afgericht, dat ze direct binnenkomt wanneer er met een busje met snoepzaad wordt gerammeld.

* Op een zaadje vangen

Een onbekende duif, die reeds enige tijd (soms dagen) in de buurt rondvliegt, vangen op voer.

* Redden

Bij je duif die bij een andere til dreigt te gaan zitten gauw de doffer/duif erbij laten waarop jouw duif gepaard is.

* Rijen/rijstaart

Een duif die uit zijn/haar hok wil en telkens in het hok omhoog springt. Hierdoor gaan de staartpennen afbreken en dan wordt gesproken van een rijstaart.

* Schiethok

Een leeg donkerhok waarin je een binnengekomen duivin kan laten wegschieten.

* Schoonrijder

Een duif die heel lang achter elkaar vliegt en zich van geen enkele andere duif iets aantrekt. Is niet te vangen, maar je zult er zelf ook niet gauw een andere duif achter vangen.

* Spaarpot

Een opening in de bovenkant van de ren, waar wel een duif door naar binnen kan maar niet naar buiten. De grootte van deze opening wordt geregeld met de boevenschuif, maar kan ook een apart klapje zijn.

* Spitten

Een duif die de lekkerste zaden uit de voerpot zoekt en daarmee het meeste voer uit de pot gooit.

* Springer

Een doffer die in de ren wordt gezet en heen en weer vliegend duiven probeert te lokken.

* Springplankjes

Plankjes in de ren waar een springer (luid klepperend) naartoe kan vliegen.

* Strijken

Gaan zitten, landen.

* Struik andijvie

Een duif die niet kan vliegen en gebruikt wordt om voor de til te gooien om een doffer te vangen.

* Tillenwipper

Een duif met weinig karakter, die gemakkelijk met een andere duif meegaat naar een andere til.

* Uitwennen

Een nieuwe duif voor het eerst uitlaten.

* Voormaken

Een duif die bewust voor een andere duif de ren in gaat om hem/ haar mee te krijgen.

* Wegkomen

Andermans duif, die achter een doffer of duif van je bij je til is komen zitten wordt niet gevangen maar vliegt weer weg.

* Wegpakken

Het pakken van andermans duif van de til in plaats van deze op de normale wijze te vangen.

* Wegschieten

Een duivin bij een doffer of in een schiethok laten. Dit gebeurt meestal met snelheid vandaar dat er van wegschieten wordt gesproken.

* Wegvallen

Bij een andere til gaan zitten.

* Werkduif

Een niet vliegende duivin die voor de schuif op het grind kan worden gezet om daarmee een doffer te kunnen vangen.

* Wieken

Een duif in de hand vasthouden maar de vleugels loslaten. Door de vliegbewegingen die de duif maakt en andere duif proberen te lokken.

* Zakschuif/trekschuif

Een schuif die de ren afsluit waneer deze naar beneden/omhoog gaat.

* Zich laten zien

Heel erg mooi met opgeblazen krop vliegen

* Zijn werk doen

Een duif die probeert een andere duif mee naar huis te nemen.

* Zwemmer

Een duif die met korte wat vreemde bewegingen vliegt.