|
|
|
|
Duiventermen:
|
  |
* AanroepenMet een "Hu-geluid" je duivinnen aanroepen.
Het geluid dat je maakt lijkt wel een beetje op het huilen/balken van een doffer.
|
* AfplakkenDe pennen van één vleugel met plakband/tape vastplakken, zodat de duif niet of slechts een heel klein stukje kan vliegen. Wordt meestal gebruikt om een duif aan de omgeving te laten wennen.
* AfslaanGaan vliegen.
* AfstoppenMet een werkduif proberen een overvliegende doffer op het dak te krijgen.
* BijstrijkerEen duivin/doffer die bij een andere til gaat zitten, een doffer/duif het hof probeert te maken en dan naar huis gaat in de hoop dat de andere duif met haar/hem meekomt. Hoewel een echte bijstrijker bijna niet te vangen is wordt algemeen gezegd, dat een duif die bijstrijkt er ook in kan.
* BoelDuiventil.
* Bonenpot Een bak bestaande uit twee compartimenten één voor voer- en één voor water.
* BovenlichtEen klapraampje in de kiosk, dat meestal gelijk ligt aan de bovenkant van de ren.
* Bovenschuif Een schuif in de bovenkant van de ren.
* Broodliefhebber Een duivenhouder, die alleen duiven heeft om het vangen. Het lijkt wel of hij zijn brood met zijn vangst moet verdienen.
* BuitensluiterEen doffer, meestal een die nauwelijks vliegt, buitenzetten met alle schuiven dicht en er zelf niet bij blijven.
* BuitenzitterEen doffer buiten zetten en er zelf niet bij blijven.
* AkkenschijterEen duif die weinig vliegt en zeer lang op het dak blijft zitten alvorens binnen te komen.
* De krammen uit de ren slaanEen springer die heel hard kleppert in de ren en erg actief is.
* DonkerhokkenHokken voor de doffers.
* Doodparen Een stel lang bij elkaar laten en daarna één van beide laten vliegen. Is daardoor nogal duf en niet door anderen te vangen.
* DouwerMet werkduiven andermans doffers proberen te vangen.
* DraaienAl koerend ronddraaien van een doffer.
* DrijfrenEen ren die gelijk ligt aan het dak in plaats van de voorgeschreven halve meter van het dak af. Hierdoor wordt het vangen van een duif een koud kunstje, deze loopt niets vermoedend de ren binnen. Een eveneens niet toegestane variatie hierop is de hier boven genoemde halve meter te overbruggen met een schuine plank.
* Duif op de manEen duivin die niet geïnteresseerd is in een doffer maar alleen reageert op haar baas.>
* Een duif meegevenEen duivin in de lucht zetten bij een doffer.
* Een doffer erbij trekkenEen doffer uitlaten. Doordat de doffers in hokken met schuifjes zitten die door middel van touwtjes opengetrokken worden, wordt van opentrekken gesproken.
* Een stem als een klok doffer die met zijn gekoer bijna alle duivinnen het hoofd op hol jaagt.
* Eén tussen de palen hebben Er één gevangen hebben.
* EierschijterEen duivin, die het hele broedseizoen bijna elke veertien dagen eieren legt en dat vaak zonder dat zij contact met een doffer heeft gehad.
* Er aan trekkenEen doffer die zijn uiterste best doet een andere duif mee naar huis te nemen.
* Erin springenEen duif die in een andere til naar binnen springt.
* GaanderEen duif die ver en lang vliegt.
* Gaan liggen Een duivin die de paringshouding aanneemt.
* Gearmd laten vliegenDuiven als stel laten vliegen. Hiermee voorkom je dat een ander de kans krijgt deze duiven te vangen.
* GeschovenEen duif gevangen.
* Goede vrienden vliegen Een afspraak tussen twee duivenmelkers om geen duiven van elkaar te vangen.
* Grijpen/insnijden Een doffer laat zich in de lucht als het ware vallen op een aan hem meegegeven duif.
* Hij heeft er één ingedouwd Andermans duif achter een eigen duif vangen.
* Hij ligt in de spinazieHij houdt duiven in de tuin.
* Hij ligt op het grindHij ligt met een til op een plat grinddak.
* Hij ligt uit de nokHij ligt met een til uit de nok van een schuin pannendak.
* Hij/zij neemt elke duif/doffer aan Hij/zij gaat voor elke duivin/doffer in het hok huilen/balken.
* HokwerkEen doffer, die zijn best doet om een duivin in zijn hok te krijgen en zich daarmee geregeld even in de ren laat zien om daarna weer direct zijn hok in te gaan.
* Huilen/balkenEen doffer, die in het hok gaat liggen roepen om daarmee een duivin in zijn hok te krijgen.
* Jongen laten scharrelen Jonge duiven rond de til laten lopen om te wennen.
* Jongen ophokken Jonge duiven die van jongs af aan in een koppel bij elkaar hebben gezeten in aparte hokken zetten.
* KleurziekEen duif die alleen reageert op een bepaalde kleur.
* Kwade vrienden vliegenHet vangen van een andermans duiven. Hierbij hoeft men geen ruzie met elkaar te hebben, maar kan er gewoon onderling contact zijn.
* Laten aanlopenEen duivin en doffer bij elkaar zetten en laten paren.
* LichthokkenIn principe hokken voor de duivinnen.
* LoskomenEen stramme duif, die steeds verder gaat vliegen.
* Lucht op platEen duif die zonder het dak aan te raken vanuit de lucht in een keer op het plat van de til landt.
* MisgeschovenEen duif van een ander die al in de ren zit, schrikt van het bewegen van de schuif en vliegt er weer uit.
* NepschuifjeEen schuifje van ijzerdraad, dat voor het schuifje van een donkerhok is geplaatst, zodat de doffer van dat hok wel gezien kan worden, maar er niet uit kan.
* Op de staart hangenEen duif die in de lucht zeer fanatiek achter een andere duif vliegt.
* Op een zaadje lopenEen duivin, zodanig afgericht, dat ze direct binnenkomt wanneer er met een busje met snoepzaad wordt gerammeld.
* Op een zaadje vangenEen onbekende duif, die reeds enige tijd (soms dagen) in de buurt rondvliegt, vangen op voer.
* Redden Bij je duif die bij een andere til dreigt te gaan zitten gauw de doffer/duif erbij laten waarop jouw duif gepaard is.
* Rijen/rijstaartEen duif die uit zijn/haar hok wil en telkens in het hok omhoog springt. Hierdoor gaan de staartpennen afbreken en dan wordt gesproken van een rijstaart.
* SchiethokEen leeg donkerhok waarin je een binnengekomen duivin kan laten wegschieten.
* SchoonrijderEen duif die heel lang achter elkaar vliegt en zich van geen enkele andere duif iets aantrekt. Is niet te vangen, maar je zult er zelf ook niet gauw een andere duif achter vangen.
* SpaarpotEen opening in de bovenkant van de ren, waar wel een duif door naar binnen kan maar niet naar buiten. De grootte van deze opening wordt geregeld met de boevenschuif, maar kan ook een apart klapje zijn.
* SpittenEen duif die de lekkerste zaden uit de voerpot zoekt en daarmee het meeste voer uit de pot gooit.
* SpringerEen doffer die in de ren wordt gezet en heen en weer vliegend duiven probeert te lokken.
* SpringplankjesPlankjes in de ren waar een springer (luid klepperend) naartoe kan vliegen.
* StrijkenGaan zitten, landen.
* Struik andijvie Een duif die niet kan vliegen en gebruikt wordt om voor de til te gooien om een doffer te vangen.
* TillenwipperEen duif met weinig karakter, die gemakkelijk met een andere duif meegaat naar een andere til.
* UitwennenEen nieuwe duif voor het eerst uitlaten.
* VoormakenEen duif die bewust voor een andere duif de ren in gaat om hem/ haar mee te krijgen.
* Wegkomen Andermans duif, die achter een doffer of duif van je bij je til is komen zitten wordt niet gevangen maar vliegt weer weg.
* WegpakkenHet pakken van andermans duif van de til in plaats van deze op de normale wijze te vangen.
* WegschietenEen duivin bij een doffer of in een schiethok laten. Dit gebeurt meestal met snelheid vandaar dat er van wegschieten wordt gesproken.
* WegvallenBij een andere til gaan zitten.
* WerkduifEen niet vliegende duivin die voor de schuif op het grind kan worden gezet om daarmee een doffer te kunnen vangen.
* WiekenEen duif in de hand vasthouden maar de vleugels loslaten. Door de vliegbewegingen die de duif maakt en andere duif proberen te lokken.
* Zakschuif/trekschuifEen schuif die de ren afsluit waneer deze naar beneden/omhoog gaat.
* Zich laten zienHeel erg mooi met opgeblazen krop vliegen
* Zijn werk doenEen duif die probeert een andere duif mee naar huis te nemen.
* ZwemmerEen duif die met korte wat vreemde bewegingen vliegt.
|
|
|
|