Duivenziektes:

Geen overbevolking.
Weinig tot geen stress.
Goede, gevarieerde voeding.
Voldoende frisse lucht.
Nieuwe duiven eerst in quarantaine.
Preventief in laten enten.
Eventueel preventief kuren tegen bepaalde ziektes.
Hok drooghouden.
Goede hygiëne.
Duiven liegen niet. Als ze een zieke indruk maken, zijn ze meestal ook daadwerkelijk ziek. Duiven die bijvoorbeeld niet meer eten en /of drinken, zijn zonder meer in de gevarezone beland. Ook aan zijn gedrag kunt je zien odf een duif ziek is. Gezonde duiven zijn beweeglijk, ze kijken helder uit hun ogen en hebben intresse in hun omgeving. Trekt een duif zich terug en komt het wat apatihsch over, dan is dat meestal een slecht teken. Wees dus altijd alert op duiven die bol zitten. Hiermee wordt bedoeld dat een vogel zijn veren opzet ze liggen niet zoals gewoonlijk mooi glad aan. Duiven die bol zitten, bewegen doorgaans niet of weinig.
Ze voelen zich om wat voor reden dan ook niet lekker. Ze kunnen het simpleweg te koud hebben, maar ze kunnen ook ziek zijn. Duiven die een zieke indruk maken en daarnaast ook een dunne ontlastig hebben, zijn vrijwel altijd ernstig ziek. Gaat het om slecht een vogel binnen de groep, zet deze duif dan in elk geval apart. De kans op besmetting van de rest wordt daardoor kleiner.
De nieren liggen in de buikholte hoog en vast tegen de rug aan en zijn symmetrisch geplaatst tegen een plaat die uitloopt vanuit de wervels ter hoogte van het bekken. Ze zijn langwerpig en verdeeld in 3 lobjes. De nieren zijn lichtbruin van kleur. Vanuit de nieren loopt een afvoerbuis voor de urine naar de cloaca. De duif heeft dus geen urineblaas. De urine komt in de cloaca op de ontlasting terecht en wordt daarmee samen uitgescheiden. Via de nierslagaders komt het bloed in de nieren die daaruit de schadelijke en overtollige stoffen halen. Verder voeren ze het overtollige water en zouten af. Dat gebeurt in de nierschors en het niermerg, terwijl in het nierbekken de afvalstoffen verzameld worden. Veel van het aanvankelijk door de nieren uitgescheiden water wordt weer teruggeresorbeerd; voor een deel in de nieren en voor een deel in de cloaca. Wat bij duiven overblijft is, in het normale geval, een kapje van witte urinezuurkristallen op de ontlasting. Bij nieraandoeningen o.a. chronische nierontsteking bij paramyxo zien we dat de duiven te veel drinken omdat ze blijkbaar niet in staat zijn om voldoende vocht terug te resorberen en dat de urine als een plasje wordt uitgescheiden. Ook door nervositeit zien we een overvloed van urine met waterige uitscheiding in plaats van het witte kapje.
Bij duivinnen wordt vaak een combinatie van de hormonen LH en FSH ingespoten. Dit zijn hormonen die in het centrale hormoon regulatiecentrum, de hypofyse, gemaakt worden en de geslachtsorganen beïnvloeden. Bij doffers met bevruchtingsproblemen wordt soms het hormoon testosteron ingespoten of in tabletten toegediend.
