|
|
|
|
Vitaminen / Mineralen
|
  |

|
De duif (Columba livia) behoort met een groot aantal vogels tot de planteneters (herbivoren). Deze, ook wel zaadeters genoemd, moeten hun noodzakelijke voedingsstoffen uit allerlei rijpe en onrijpe zaden, granen en peulvruchten halen, welke de grondstoffen moeten zijn voor het leveren van arbeid en warmte, het onderhoud van de lichaamsfuncties en het leveren van produktie, zoals het leggen van eieren en het vernieuwen van het verenpak.
|
Koolhydraten en vetten, Twee voedingsstoffen die de noodzakelijke arbeid en warmte leveren zijn respectievelijk koolhydraten en vetten. Koolhydraten komen het meest voor in zaden, granen en peulvruchten, variërend van 40-75%.Vetten komen veel minder in granen en peulvruchten voor, maar wel nogal veel in de verschillende zaden. Koolhydraten zijn samengestelde suikers en zetmeel. Ze worden in het lichaam afgebroken tot enkelvoudige suikers en in de lever omgezet in glycogeen, vanwaar het wordt omgezet in glucose en als brandstof wordt gebruikt in de spieren om de nodige arbeid te verrichten, waarbij warmte vrijkomt. Vetten leveren tweeëneenkwart maal zoveel energie als koolhydraten. Voor onze overwegend vastzittende duiven zijn vetten echter van veel minder belang, omdat de duiven weinig lichaamsbeweging hebben en daardoor weinig energie verbruiken, zodat het vet niet volledig verbrand wordt. De overtollige vetten gaan zich vastzetten om de spieren en organen, wat zeer nare gevolgen heeft voor de gezondheid van de duif. Hij wordt traag en lui, de bevruchting verloopt moeilijker, om maar niet te spreken over slechte eierproductie. Vetarme voeding is dus aan te raden, maar hierop komen we later terug.
|
Vitaminen-Mineralen voor duiven.Een volgend voedingsmiddel van groot belang voor duiven zijn de mineralen. Het zijn eigenlijk geen echte voedingsmiddelen,maar dienen meer ter aanvulling en ondersteuning van de voeding. Mineralen zijn anorganische (dode) stoffen die een belangrijke rol spelen bij de opbouw van het skelet en de groei en vervanging van lichaamsweefsels.
Ook de eierschaal bestaat voor het belangrijkste deel uit minerale stoffen. Mineralen worden onderverdeeld in macro- en micro-elementen, d.w.z. macro (= veel) mineralen waar naar verhouding veel van nodig is, zoals kalk en fosfor, en micro (= weinig) waar erg weinig van nodig is, de zogenaamde sporenelementen. Kalk en fosfor spelen, samen met vitamine D, een belangrijke rol bij de vorming en instandhouding van het skelet. Behalve wat fosfor komen die stoffen in de normale voeding van de duif niet in voldoende mate voor. Ze moeten dus naast de voeding gegeven worden o.a. in de vorm van grit, wat in goede samenstelling te koop is. Vitaminen komen in zéér kleine hoeveelheden in voedingsstoffen voor en zijn zéér gecompliceerde organische verbindingen van dierlijke en plantaardige oorsprong.
Hun samenstelling komt overeen met eiwitten, koolhydraten en vetten en ze zijn nodig voor het onderhoud en de vernieuwing van de lichaamscellen en het goed laten functioneren van de organen. De meeste vitaminen kunnen niet in het lichaam zelf gevormd worden, maar worden in zeer kleine hoeveelheden door middel van het voedsel opgenomen. In het normale voedsel van de duiven komen vitaminen voor, maar niet alle vitaminen en meestal in onvoldoende mate, zodat we naast de gewone voeding duiven middelen moeten geven die de noodzakelijke vitaminen bevatten. En ten slotte water, bron van al het leven. Water is nodig voor het weken van het voedsel, het regelen van de lichaamstemperatuur en het doet dienst als ransportmiddel voor het voorgeweekte voedsel.Een duif heeft water nodig voor de geleiding en vertering van het voedsel. Per dag drinkt een duif ongeveer 50 ml water. Als er jongen te voeren zijn, is dit het dubbele. Het beste is om duiven elke dag vers kraanwater te geven.
|
|
|
|
 |
|
|
|
|
Bij zaadetende vogels met een krop - zoals de duif worden de harde zaden kapotgemaakt in de spiermaag. De spiermaag kan dit uiteraard niet zelf hierin zitten kiezeltjes die door de maagbeweging door het voer worden gehaald en het in de krop al wat zachter gemaakt zaad kneuzen. Deze kiezels worden door de duiven zelf opgepikt uit de grond, en zolang ze hun werk doen blijven ze in de spiermaag
daarna worden ze via natturlijke weg uitgescheiden. Duiven pikken dan ook graag een kiezeltje op ze hebben het hard nodig om hun voedsel te kunnen verteren.
|
|
|
Als de duiven niet los vliegen, dan is het noodzakelik om een bakje maagkiezel in het hok te zetten, waar de dieren naar behoefte uit kunnen pikken.
|
|
|
|