De website voor de tilduiven liefhebber.

Het snot bij duiven wordt veroozaakt door microscopisch kleine organismen,die tot de mycoplasma's behoren. Al gegemeen wordt aangenomen,dat de mycoplasma's eerst dan een ziekte doen uitbreken indien er andere infecties bijkomen. Mycoplasmona wordt over de gehele wereld, in het bijzonder bij hoenderachtigen en kalkoenen, evenals bij duiven en andere vogelsoorten, waargenomen. Bij duiven komt mycoplasmosa- snot dikwijls gelijktijdig met ornithose tot uitbraak, waarbij bijna niet is vast te stellen, welke van beide infekties het eerst uitgebroken is. De infectie wordt in de regel veroorzaakt door duiven die onzichtbaar smetstofdragers zijn. De overbrenging geschiedt van duif tot duif, zowel op het hok als door vreemde duiven.
De besmetting vindt plaats via de ontlasting, het drinkwater,het voer, manden en door (vocht) druppelinfektie.Men moet er van uitgaan, dat nagenoeg alle duiven met mycoplamsma besmet zijn. De ziekte, die in hoge mate afhankelijk is van diverse bijkomende faktoren, kan zich alleen tot een ernstige ziekte ontwikkelen, indien,er faktoren aanwezig zijn. die het weer standvermogen verminderen. Dergelijke faktoren komen in de duivensport dikwijls voor, b.v. kontakt en oververmoeidheid op tentoonstellingen het transport en slechte huisvesting en onvoldoende schoonhouden van de hokken. Door de aanwezigheid van een snot - infektie verzwakken de duiven, waardoor andere ziektes gemakkelijker hun aanval kunnen inzetten.
Ongeveer 7- 14 dagen na de besmetting vertonen zich de eerste snotverschijnselen en wel door een waterige neusvocht, dat later in een slijmerige, etterige afscheiding over gaat. De bek en keelholte zijn sterk onstoken en zwellen op. Er onstaat een onaangename, viesruikende lucht. De neusdoppen en het neusdak krijgen door de afscheiding een grauwe kleur. Door op de beide neusdoppen te drukken, komt de opgehoopte snotterige afscheiding naar buiten. Door het slijm kunnen de hogere luchtwegen dusdanig verstopt raken, dat de ademhaling bemoeilijkt wordt en de duiven met geopende snavel ademhalen. Zeer opvallend zijn de rochelende en snuivende geluiden bij het ademhalen, die de liefhebber, vooral s'avonds als het hok donker is goed kan horen. De luchtzakken zijn luchtkammers in de borst en buikholte, die door een dun vlies bedekt zijn. Daar ze met lucht gevuld zijn wordt het specifieke gewicht van de duif minder en wordt gemakkelijker vliegen mogelijk.

Grondig reinigen en daarop aansluitende desinfektie van het hok moet wel na de eerste behandeling als na de eerste nabehandeling plaats vinden. Een injectie met een 0,5 ml Salmosan t subcutaan (onder de nekhuid) of in de borstspier. Bij zware aantasting na 6 en 12 uur herhalen.