De website voor de tilduiven liefhebber.

Het verenpak van de duif is zeer doelmatig en geheel aangepast aan de eisen waaraan het moet voldoen. Het is licht en sterk en geeft de vogel het vermogen te vliegen en z'n lichaamswarmte te regelen. Het is in de zomer koel en 's winters een goed isolerende mantel, die de lichaamswarmte lang vast kan houden. We kunnen de veren indelen in: Grote veren, Dekveren, Donsveren.
De grote veren of vliegveren bestaan uit slagpennen, armpennen en staartpennen. Deze vliegveren stellen de duif in staat te vliegen en zijn van een sterke constructie. Vliegveren hebben een sterke schacht, die tot het eind van de veer doorloopt. Aan weerszijden van die schacht hebben ze een brede en een smalle zijde. Aan de schacht bevinden zich de baarden en baardjes, die onderling verbonden worden door de zogenaamde haakjes en de veer tot een sterk geheel maken. De schacht ontstaat uit een veerfollikel in de huid, wat te vergelijken is met een haarzakje bij de mens. In de veerfollikel komt de veer tot ontwikkeling. Naar de veerfollikel lopen bloedvaten die de nodige voedingsstoffen aanvoeren om de veer te laten groeien. De veerschacht begint bij de zogenaamde veernavel, een rond gaatje dat de voedingsstoffen doorlaat naar de groeiende veer. Als de veer volgroeid is, wordt de veernavel afgedicht. Dekveren zijn ongeveer van dezelfde constructie als de vliegveren, maar de schacht is minder sterk ontwikkeld en loopt niet zover door als bij de vliegveren.
Na een maand kunnen de jongen het nest verlaten. Ze kunnen dan worden overgebracht naar hun eigen afdeling: het jongeduivenhok. Let wel goed op of de jongen genoeg drinken. Het komt wel eens voor dat een jong de drinkbak niet kan vinden. Als de jongen met hun ogen beginnen te knipperen dan krijgen ze te weinig vocht binnen.
Je moet dan het jong met zijn kop in de drinkbak houden zodat hij kan drinken. Hij vergeet het daarna nooit meer. Na ongeveer 10 tot 12 weken volgt de eerste rui. Na 4 à 5 maanden, precies op tijd voor het tentoonstellingsseizoen, zijn de jongen weer in topconditie.
Duiven hebben drie soorten veren:
1. grote slagpennen broekpennen en staartpennen.
2. de wat kleineren dekveren.
3. de hele kleine donsveertjes.
Duiven liegen niet. Als ze een zieke indruk maken, zijn ze meestal ook daadwerkelijk ziek.
Dat gaat natuurlijk niet van de ene dag op de andere. Het zou mooi zijn. Ook zo bij duiven. Eerst beginnen de slagpennen te verwisselen en eens dat proces halverwege begint ook de rui van de kleinere pluimen. Duiven zijn dan soms niet om aan te zien. Als dat maar allemaal goed komt.
We zullen er alles moeten aan doen om hen een zo goed mogelijke uitgebalanceerde voeding te geven. En dat doen we door een goede ruimengeling te verstrekken. Ook de nodige mineralen ter beschikking stellen.
Een paar dagen per week vitaminen in het drinkwater zal dan zeker goed doen. Ook regelmatig een bad geven is bevorderlijk voor hun nieuwe verenpak.